Interview door: Valérie Vandenabeele
VV: Peter, u bent ongeveer een jaar geleden begonnen als nieuwe AG bij het agentschap Onroerend Erfgoed (AOE). U combineert dit met een waarnemende functie als administrateur-generaal bij Toerisme Vlaanderen (TVL), waar u voordien ook al aan het hoofd stond. Toerisme en erfgoed gaan vaak hand in hand. U was dus al vertrouwd met het erfgoedbeleid?
PDW: zeer zeker! Niet alleen vertrouwd, we hebben vanuit TVL ook meegewerkt aan het erfgoedbeleid door een sterkere focus op ont sluiting van erfgoed. TVL is zelf aan de slag als actor op het terrein, wat in feite ook een nieuwe ontwikkeling is. Waar we vroeger ook een subsidiërend agentschap waren, vinden we dat we niet zozeer met het uitgestoken vingertje, maar met de uitgereikte hand er moeten staan. Dat houdt ook in dat je met de botten in de modder gaat staan en ondervindt wat je van anderen verlangt, zoals bv. in het Rubens kasteel. Dat lijkt mij de beste manier om te leren en dat is ook de bril waarmee ik naar het AOE ben gekomen. Het gaat meer over mensen dan over erfgoed, want het zijn die mensen die het erfgoed en ook de verhalen doorgeven.
“Dat houdt ook in dat je met de botten in de modder gaat staan en ondervindt wat je van anderen verlangt.”
VV: wat wil u in uw beleid bij AOE behouden en wat zou u willen veranderen?
PDW: we moeten een transitie maken. Erfgoed moet meer over mensen dan over erfgoed gaan. Het zijn tenslotte de mensen die erfgoed doorgeven en verhalen delen. Het gaat nog even duren voor die omslag is gemaakt. Bij TVL heeft dat ook een paar jaar geduurd. Er zullen bovendien altijd verschillende opinies blijven, dat is oké. Sommigen willen het materiële aspect van erfgoed bewaren, anderen vinden het verhaal erachter belangrijker. De waarheid ligt volgens mij ergens in het midden. Zonder een landgoed, een kasteel, een schilderij, een traditie… zonder basis is er geen verhaal om te vertellen. Die twee gaan hand in hand. Wat je graag ziet, wil je delen met mensen, of dat nu gemeenschappen of bezoekers zijn. Je kan pas iets bewaren als je er passie voor hebt: gedeelde passie is dubbele passie.
VV: u verwijst hier naar gemeenschappen en bezoekers. Op welke manier ervaart u de passie bij eigenaars?
PDW: gemeenschapswaarde staat fel onder druk, terwijl erfgoed niet kan overleven als er niet aan gemeenschapsdenken wordt gedaan. Dat wil niet zeggen dat er geen individuele verantwoordelijkheden in erfgoed zijn. De landeigenaar draagt ook een stuk verantwoordelijkheid, hij is in feite rentmeester. Een ouderwets woord, maar dat nog steeds betekent dat we het erfgoed maar een tijdje in bewaring hebben en daarna doorgeven aan de volgende generatie. Dat brengt een soort van morele verplichting mee. Het koes teren is een soort van morele verplichting en koesteren als waarde op zich is ook iets dat je meegeeft aan de volgende generatie.
“De private eigenaars zijn nog altijd de belangrijkste actoren.”
We hebben wel erfgoedverenigingen en overheden, maar de private eigenaars zijn nog altijd de belangrijkste actoren. Zolang zij in staat zijn zorg te dragen voor het erfgoed en de overheid hen daarin kan ondersteunen, heeft de overheid trouwens geen reden om op het terrein te komen. Ik weet dat sommigen zich vragen stellen bij het feit dat TVL een aantal kastelen heeft verworven. Maar dat ging om problematische sites waarrond geen erfgoedgemeenschap leefde en waar de leefbaarheid onder druk stond. Ons doel was en is om de lokale gemeenschap pen te laten floreren dankzij een geslaagde herbestemming met respect voor de ziel van de plek. We hopen dat dit nu kan lukken bij onze pilootsites.
VV: u wil een zekere verandering meebrengen. Private eigenaars hebben nu vaak de indruk dat AOE te veel wil beschermen, regels opleggen. Dat kan een averechts effect genereren, waarbij eigenaars hun domein niet ‘te mooi’ willen maken uit vrees dat het ’beschermd‘ zou worden en dat ze dan verplichtingen of verbodsbepalingen krijgen. Wij zijn als vereniging daarom meer voorstander van stimulansen voor wie iets positiefs doet. Is dat waar u ook mee wil naartoe werken?
PDW: dat is helemaal hoe ik het zelf ook zie. Het kan interessanter zijn om mensen die het goed doen te belonen dan een heel systeem op te zetten rond bestraffing om mensen in het gareel te brengen. Mensen die niet weten hoe ze voor hun erfgoed kunnen zorgen, willen we niet nog meer de kast op jagen. Het is geen schande om verantwoordelijkheid te dragen voor erfgoed en niet te weten hoe je het moet aanpakken. Wat wel erg is, – en ik ken zo voorbeelden – is wanneer ingrepen gedaan worden om erfgoedverval te versnellen. Dat zijn inbreuken op de wet. Die moeten natuurlijk wel hard bestraft worden. Een regelgeving is ook maar zo sterk als ze wordt gehandhaafd. Er zijn twee kanten aan. Eigenaarschap brengt verantwoordelijkheid met zich mee, verantwoordelijkheid brengt de mogelijkheid om door de overheid aanspreekbaar te zijn, ook in positieve zin.
VV: we hebben een energiecrisis gehad. We moeten onze huizen energiezuinig maken. Voor historische gebouwen is dat niet zo eenvoudig omdat je vaak beperkt wordt in wat je mag doen. Dubbele beglazing is bv. niet altijd toegelaten. In het verleden zien we echter dat historische gebouwen ook een evolutie hebben doorgemaakt. Kastelen zijn soms afgebrand, vernieuwd en dragen sporen van verschillende stijlen en wensen van de toenmalige kasteelheer. Ook dat maakt deel uit van de ziel, de charme en het verhaal van historische gebouwen. Hoe staat u daar tegenover?
PDW: we moeten het hele referentiekader herbekijken. In tijden van financiële crisis je nog vastklampen aan ’het-moet-blijven zoals-het-was-principe‘ en er een stolp over zetten is het beste recept om erfgoed te laten verdwijnen. Erfgoed is per definitie een product van circulair denken. Het wordt immers steeds hergebruikt. Het is dus maar normaal dat elke generatie het ook naar zijn hand zet en ervoor zorgt dat het leefcomfort blijft. Ik woon zelf vlakbij een kasteel. Daar zie je de evoluties in de eerste types verwarmingsketels, in de 16de eeuw zie je een watermolen opduiken die energie en later ook elektriciteit opwekt, de eerste aanleg van elektriciteit…
“Erfgoed is per definitie een product van circulair denken.”
Erfgoed moet leven en kan maar leven als er in geleefd wordt of je het kan beleven, anders is het dood. Een maand na mijn aanstelling als AG lagen er al zonnepanelen op beschermde gebouwen. Voor vele medewerkers was dat een harde noot om te kraken. Zij hadden immers geleerd dat monumenten an sich onaantastbaar zijn. Dat is niet meer realistisch in de toekomst. Zonnepanelen zijn daar een voorbode van. Dat is voor mij zoals vroeger de televisieantennes op het dak. Dat is spuuglelijk, maar na verloop van tijd zijn die vervangen door kabels en heeft dat een technische evolutie doorgemaakt, hetzelfde zal met zonnepanelen gebeuren of met andere types van verwarmings- of koelingssystemen. We moeten open staan voor diverse oplossingen. Op een termijn van 20-30 jaar zal er weer iets anders zijn. Het monument blijft bestaan en zal mee evolueren.

VV: hoe kijkt u naar windturbines en land schapserfgoed? Hoewel landschapsbeleid vandaag meer dan ooit zijn plaats opeist, kan niet worden ontkend dat het lange tijd het kleine broertje binnen het onroerend- erfgoedbeleid is geweest. Windturbines kunnen een energieoplossing zijn, maar afsteken in het landschap. Bent u hiermee al in aanraking gekomen?
PDW: ja zeker, nog recent toen een wind turbine prominent zichtbaar was in een van de begraafplaatsen van de Commonwealth War Graves Commission. Wij hebben daar toen als AOE negatief op geadviseerd, maar finaal is die er toch gekomen. Ik wil zeker ten strijde trekken voor het landschapserfgoed, want de focus ligt nu inderdaad heel erg op gebouwen. We vergeten dat iedereen al wandelend en fietsend geniet van het landschap, iedereen is erfgoedliefhebber. Alle landschappen in Vlaanderen zijn in feite cultuurlandschappen. Er zijn een aantal historische landschappen en weidelanden, kleine landschapselementen, hagen waar je nu eenmaal geen bebossing toepast.
VV: u kent ongetwijfeld ook het parkenverhaal vanuit TVL. In landschapsparken wordt duidelijk verwezen naar erfgoedelementen voor de erkenning. Voor Nationale parken Vlaanderen is dit niet duidelijk omschreven en ligt de focus heel erg op natuur. Ziet u vanuit AOE en TVL daarin ook een mogelijke integratie van cultuurwaarden?
PDW: er zijn 5 partijen betrokken: ANB, VLM, Departement Omgeving, TVL en AOE. Sinds vorig jaar september leid ik de twee laatste. Wij gaan zeker ons gewicht in de schaal leggen om dat te bekomen. We zien dat het voor ANB meer de natuurkant op gaat. Wat mij betreft moet landschap als cultuurele ment meer naar voor komen. Ook bv. parken en tuinen, die krijgen te weinig aandacht. Er komt trouwens binnenkort een resolutie in het Vlaams parlement die daarover gaat. Het is een goed uitgangspunt voor de volgende legislatuur: al die natuurelementen die man made zijn, die erfgoedwaarde en karakter hebben moet je op een specifieke manier benaderen en moet je ten volle integreren in de Nationale parken en landschapsparken. Ook hebben we in de voorbereiding van de uitvoeringsbepalingen bij het Landschapsdecreet de Regionale Landschappen naar ons toegetrokken. Het is het agentschap Onroerend Erfgoed die de pen vasthoudt en daarbij voluit wil gaan voor een volwaardige en transversale landschapszorg.
“Wat mij betreft moet land schap als cultuurelement meer naar voor komen.”
VV: u zei dat het Vlaamse landschap een cultuurlandschap is, maar de natuurstreefbeelden van type 3 en 4 hebben weinig met cultuurlandschappen te maken. Niettemin wil men in de Nationale parken op een termijn van 10 jaar 75 % van het terrein hiermee bedekken. Dat stoelt momenteel louter op subsidies, terwijl onze eigenaars variatie in hun landgoedmodellen als duurzamer zien.
PDW: the proof of the pudding is in the eating. Ik verwacht dat dit verhaal, dat sterk op subsidies gebouwd is, niet sterk genoeg zal zijn. Dus responsabilisering en een economische realiteitstoets komen er sowieso ook aan. Het is trouwens makkelijk om te zeggen dat we maximaal moeten streven naar type 3 of type 4 als natuurstreefbeeld als het niet om je eigen domein gaat. Voor private landeigenaars voor wie een gezonde economische functie van hun domein belangrijk blijft, ligt dat wel anders. Een organisatie als Natuurpunt daarentegen werkt overwegend met overheidsgeld en vaak ook op gronden die van de overheid zijn, dat maakt een groot verschil. Het punt is dat er geen tegengewicht is, een erfgoedspeler die ook zijn stem kan laten horen.
VV: hoe kijkt u in het algemeen naar een samenwerking met de private sector?
PDW: ik kijk daar met veel verwachting en met een open vizier naar uit. Als erfgoedeigenaren zich verenigen om een gemeen schappelijk belang te verdedigen, in dit geval de zorg voor een patrimonium en het doorgeven aan de volgende generatie, dan is dat voor ons als overheid al efficiënter om met hen te praten. Ik zie samenwerking als een opportuniteit, we delen immers dezelfde doelstellingen. Maar ook dan zal elke keer maatwerk nodig zijn. Binnen die doelstellingen verlangt de ene site een oplossing A en in een andere context misschien oplossing B. Dus je kan geen one-size-fits-all toepassen. Dat vergt flexibiliteit van onze medewerkers om mee te helpen zoeken naar een oplossing en omgekeerd vertrouwen van de eigenaars. Ook het onroerenderfgoedrichtplan moet dit stimuleren en is hiervoor een instrument. We werken daar nu al in samen met jullie. Als je mekaar kan vinden in passie, is de rest heel eenvoudig. Ik ben van plan daar keihard voor te gaan.
VV: ik dank u van harte voor uw tijd en dit openhartig gesprek. We zien mekaar snel terug en ik kijk evenzeer uit naar een goede samenwerking met gedeelde passie!
