Erfgoedbescherming: hoe gaat dat in zijn werk?

23 jan 2022
Vlaanderen, België
Valerie Vandenabeele
Erfgoedbescherming: hoe gaat dat in zijn werk?

Bron: Agentschap Onroerend Erfgoed

Vlaanderen maakt al heel lang werk van de bescherming van erfgoed. Hoe de beschermingsprocedure verloopt, is echter vaak minder goed gekend.

In Vlaanderen wordt bij erfgoedbescherming het onderscheid gemaakt tussen het beschermen van een monument, een vaartuig, cultuurhistorisch landschap, archeologische site of stads-of dorpsgezicht. Telkens heeft de overheid tot doel om de beschermde goederen te bewaren en veilig te stellen voor de volgende generaties.

 

Types beschermde goederen

Monument

Een monument is bij definitie een onroerend goed. Het kan tot stand zijn gekomen door de mens, door de natuur of door beiden. Vlaanderen heeft geen gebrek aan klein en groot erfgoed: kapellen, kruisen, graftekens, schandpalen, straatmeubilair, kerken, industriële panden, stations, molens, sluizen, hoeven, woonhuizen, kastelen en kloostercomplexen. Ook kasseiwegen, eendenkooien, begroeide dijken, tuinen en parken, dreefbeplantingen, boomgaarden en individuele bomen, vaak op een specifieke plaats aangeplant, kunnen monumenten zijn.


Cultuurgoederen

In tegenstelling tot monumenten zijn cultuurgoederen roerende goederen (meubels, schilderijen, beeldhouwwerken). Ze zijn steeds gelinkt met een beschermd goed waar mee ze een aantoonbare historische verbondenheid hebben.

“Telkens heeft de overheid tot doel om de beschermde goederen te bewaren en veilig te stellen voor de volgende generaties.”


Stads- en dorpsgezicht

Het betreft het geheel van onroerende goederen met omgevende elementen zoals beplantingen, omheiningen, waterlopen, bruggen, wegen, straten en pleinen, dat een of meerdere erfgoedwaarden bezit. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan om een dorpskern of een stadwijk.


Cultuurhistorisch landschap

Een landschap is een deel van het grondgebied dat tot stand is gekomen door de mens, door de natuur of door beide samen. Niet elk landschap is evenwel waardevol vanuit erfgoedstandpunt.

Het Onroerenderfgoeddecreet maakt daarom gebruik van het begrip ‘cultuurhistorisch landschap’: een begrensde grondoppervlakte met een geringe dichtheid van bebouwing en een onderlinge samenhang, van algemeen belang door de erfgoedwaarde. Het gaat zowel om landschappen die uitdrukkelijk aangelegd zijn door de mens en dus een duidelijke culturele stempel dragen (zoals wateringen, bolle akkers of kasteeldomeinen), als om meer spontane, door natuurlijke processen ontstane landschappen waar de menselijke invloed wat beperkter is gebleven (zoals getuigenheuvels of kustduinen). Meestal gaat het om een dynamische wisselwerking tussen de mens en de natuur (zoals ingerichte riviervalleien of bosgebieden).

 

foto erfgoedbescherming Brugge

Brugge: beschermd stadsgezicht


De beschermingsprocedure

Een beschermingsprocedure bestaat uit een aantal opeenvolgende stappen:


De onderzoeksfase

Aan de hand van onder meer archiefdocumenten en historische kaarten wordt ter plaatse een evaluatie gemaakt van de erfgoedwaarden. Daarbij worden deze erfgoed waarden beschreven en gefotografeerd (interieurfoto’s en privacygevoelige documenten mogen niet openbaar worden gemaakt!). De onderzoeksfase wordt uitgevoerd door medewerkers van het Agentschap Onroerend Erfgoed. Een uitzondering hierop zijn de archeologische sites. Omwille van het gespecialiseerd onderzoek dat hier nodig is, wordt dit onderzoek veelal uitbesteed.

“Interieurfoto’s en privacygevoelige documenten mogen niet openbaar worden gemaakt!”

Betreft het een privaat gebouw, bedrijfsgebouw, private tuin of park, dan gebeurt het plaatsbezoek steeds in samenspraak met de eigenaar(s) en gebruiker(s). Er wordt dan steeds een afspraak gemaakt vooraleer men ter plaatse komt. Betreft het een onderzoek naar de bescherming van een gebouw of constructie, dan wordt ook het interieur bezocht. Uiteraard gebeurt ook dit steeds in samenspraak met de eigenaar(s) of gebruiker(s). Alle bevindingen van het onderzoek worden opgenomen in een dossier en een medewerker van het Agentschap Onroerend Erfgoed zal dan een ontwerp van ministerieel besluit met alle bijbehorende documenten opstellen.


De adviesfase

Op basis van het dossier dat tijdens de onderzoeksfase werd voorbereid vraagt de verantwoordelijke minister advies aan de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed (VCOE), de betrokken gemeenten en de departementen of agentschappen van de Vlaamse overheid bevoegd voor omgeving, mobiliteit en openbare werken en landbouw en visserij. Wanneer het Agentschap Onroerend Erfgoed meent dat er een risico bestaat dat het erfgoed op korte termijn zou beschadigd of vernield worden, dan kan beslist worden de adviesfase over te slaan en onmiddellijk over te gaan tot een voorlopige bescherming. In de adviesfase worden ook alle betrokken partijen geïnformeerd: alle eigenaars, erfpachters, vruchtgebruikers, opstalhouders en leasinggevers. Zij krijgen dan gedurende 60 dagen de tijd om schriftelijk eventuele opmerkingen op de bescherming te formuleren. Bij de bescherming van een cultuurhistorisch landschap is dit niet nodig. Op basis van de ingewonnen adviezen en het voorbereidend onderzoek wordt een beschermingsvoorstel opgemaakt en aan de minister voorgelegd.


De voorlopige bescherming

Het onroerend goed wordt voorlopig beschermd wan neer de minister het ministerieel besluit en de bijlagen ondertekent. In het besluit vinden we heel wat informatie terug over het betrokken erfgoed: een duiding van de erfgoedwaarden, een beschrijving met een opsomming van de erfgoedelementen en -kenmerken, naast beheers doelstellingen en voorschriften voor instandhouding en onderhoud, een plan met de afbakening van het beschermde goed en de eventuele overgangszone, en een fotoregistratie van de fysieke situatie van het goed op het ogenblik van de bescherming. Nu dient het bericht over het openbaar onderzoek te worden opgehangen. Worden er ook cultuurgoederen beschermd, dan worden deze omwille van de privacy opgenomen in een afzonderlijke bijlage bij het ministerieel besluit.

“Vanaf de voorlopige bescherming gelden er juridische gevolgen waar je rekening mee moet houden.”

Maximaal 270 dagen liggen er tussen een voorlopige bescherming en een definitieve bescherming, dit te rekenen vanaf de kennisgeving van de voorlopige bescherming of de publicatie in het staatsblad. Deze termijn kan één keer verlengd worden met maximaal 90 dagen. Is er binnen deze periode geen besluit tot definitieve bescherming genomen, dan vervalt de voorlopige bescherming automatisch.

 

De bekendmaking

De zakelijkrechthouder ontvangt steeds een aangetekende brief met een kopie van het ondertekende beschermingsbesluit en de bijbehorende documenten. Het is nu aan de zakelijkrechthouder om binnen de 30 dagen alle eventuele gebruikers van het goed en mogelijke andere eigenaars van de cultuurgoederen te informeren over de voorlopige bescherming. Zou het goed in tussentijd verkocht zijn, dan dien je binnen de 10 dagen het Agent schap Onroerend Erfgoed op de hoogte te brengen. Je kan ook vragen om gebruik te maken van het hoorrecht. Ook de gemeente wordt op de hoogte gebracht van de voorlopige bescherming. De gemeente staat dan verder in voor het openbaar onderzoek. Het besluit tot voorlopige bescherming wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.


Het openbaar onderzoek

Het gemeentebestuur moet binnen de 30 dagen een openbaar onderzoek opstarten. Dat openbaar onderzoek dient bekend gemaakt te worden op de websites van de gemeente en het agentschap en via een affiche bij het onroerend goed dat beschermd wordt. Het Agentschap Onroerend Erfgoed plaatst ook een bericht in minstens 3 dagbladen. Tijdens het openbaar onderzoek heeft iedereen de kans om opmerkingen op of bezwaren tegen de voorlopige bescherming kenbaar te maken bij de gemeente. Het gemeentebestuur bezorgt deze reacties aan het Agentschap Onroerend Erfgoed. De gemeente kan bijkomend beslissen om over de bescherming een hoorzitting te organiseren.


De definitieve bescherming

De minister kan nu op basis van de stukken uit de voorlopige bescherming en de opmerkingen en bezwaren beslissen over een definitieve bescherming. Zo nodig kan de minister opnieuw het advies inwinnen van de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed (VCOE). Finaal wordt het onroerend goed definitief beschermd door een ministerieel besluit met bijlagen. Net zoals bij de voorlopige bescherming worden de zakelijkrechthouder(s) en de betrokken gemeente(n) op de hoogte gebracht via een aangetekende brief. Ook nu heb ben de zakelijkrechthouders 30 dagen de tijd om eventuele gebruikers van het beschermd erfgoed te infomeren. Is het goed intussen verkocht, dan informeer je binnen de 30 dagen het Agentschap Onroerend Erfgoed. De definitieve bescherming wordt in het Belgisch Staats blad gepubliceerd.


Advies en ondersteuning

Erfgoedconsulenten van het Agentschap Onroerend Erfgoed staan klaar om de betrokken partijen te adviseren, te ondersteunen en te informeren over de juridische gevolgen van de bescherming. Zij kunnen ook de nodige informatie verschaffen over de verschillende vormen van financiële ondersteuning voor bijvoorbeeld onderhouds- en restauratiewerken, als je een herbestemming of openstelling overweegt en zoveel meer.

 



Contact Agentschap Onroerend Erfgoed

Voor meer informatie kan je steeds contact nemen met het Agentschap Onroerend Erfgoed: mail naar info@onroerenderfgoed.be of bel naar +32 2 553 16 50.


foto erfgoedbescherming Gent

Gent beschermd stadsgezicht

Share this post

Landelijk Vlaanderen

Valerie Vandenabeele

Erfgoedbescherming: hoe gaat dat in zijn werk? | Landelijk Vlaanderen