Een nieuw decreet, nieuwe criteria
Auteur: Kirsten Van Campenhout, erkend archeologe, Archeoservice
Sinds juni 2016 is een nieuw decreet ingetreden inzake verplichtingen voor archeologisch onderzoek bij nieuwe bouwprojecten. Terwijl de noodzaak naar archeologisch onderzoek vroeger werd onderzocht door het Agentschap Onroerend Erfgoed, komt het dossier nu bij de beginfase op een bureau van een commercieel bedrijf terecht. Elke bouwheer die een stedenbouwkundige (nieuwbouw, renovatieprojecten, rooien van bomen, herprofilering grachten…) of een verkavelingsaanvraag doet, moet controleren of een archeologienota een vereiste is. Om dit te vereenvoudigen heeft het agentschap een beslissingsboom gemaakt. Op basis van enkele criteria kan gecheckt worden of een archeologienota nodig is.
Het begint bij een goed advies
Wat is nu precies een archeologienota? Het is een rapport dat minstens bestaat uit een bureauonderzoek. In het bureauonderzoek wordt een archeologische verwachting opgemaakt specifiek voor het bouw- of verkavelingsterrein. Een erkend archeoloog moet daarbij een realistische inschatting maken van de impact van de werken op het bodemkundig erfgoed. Daarbij wordt een advies meegegeven over op welke manier men het beste kan omgaan met het verwachte erfgoed in de bodem: dit kan in situ bewaring zijn, of meer onderzoek voorstellen. Het rapport wordt ingediend bij het Agentschap Onroerend Erfgoed en wordt daar beoordeeld: het agentschap kan dan de archeologienota integraal in akte nemen, in akte nemen mét voorwaarden of weigeren.
Het bos door de bomen zien
Zelden stopt het archeologisch onderzoek bij een bureauonderzoek. Eens een bouwheer in het archeologisch traject stapt, is het belangrijk de kosten goed te kunnen inschatten.
“Volledige en correcte informatie moet door de erkende archeoloog van in het begin aangeleverd worden.”
Een bouwheer die een archeologienota bestelt voor een beperkte som en daarna vastzit in een noodgedwongen archeologisch traject van allerlei onderzoeken voelt zich met de rug tegen de muur gezet. Een bouwheer die alle opties gepresenteerd krijgt en zelf de keuze kan maken of het project dat waard is, staat helemaal anders tegenover het archeologische traject. Voor de opmaak van een archeologienota moet beroep gedaan worden op een erkende archeoloog of archeologisch bedrijf. Elke er kende archeoloog staat geregistreerd in een lijst van het Agentschap Onroerend Erfgoed: https://erkenningen.onroerenderfgoed.be/erkenningen. Er zijn momenteel 279 erkende archeologen te vinden, waarvan 40 met een zelfstandig bedrijf (en contactgegevens), bij wie men als opdrachtgever terecht kan.
Help! Er moet meer onderzoek gebeuren!
Het bureauonderzoek leidt vaak (niet altijd) tot veldtoetsen om de archeologische verwachtingen bij te stellen. Dit kunnen booronderzoeken, proefsleuven of zelfs opgravingen zijn. Bouwheren en landeigenaren moeten dus kunnen vertrouwen op het inzicht en het kritisch denken van de erken de archeoloog die het archeologisch traject uitstippelt. Met elk geadviseerd onderzoek moet rekening gehouden worden bij de timing. Omdat een archeoloog nog voor de bouwvergunning wordt ingeschakeld, kunnen al veel onderzoeken ruim op voorhand uitgevoerd worden. Met elk onderzoek gaan ook kosten gepaard.
“Particulieren en kleine bedrijven komen doorgaans wel in aanmerking voor een premie voor een deel van deze onderzoeken.”
De terugbetaling komt overeen met ongeveer 80 % van de kost van het onderzoek. De archeoloog kan daarover meer informatie aanleveren, al kan deze ook gevonden worden op de website van het Agentschap Onroerend Erfgoed.
Archeologisch onderzoek bij beschermde sites
Bij beschermd onroerend erfgoed is het mogelijk dat archeologische maatregelen noodzakelijk zijn, ook al zijn de geplande werken niet vergunningsplichtig of zijn de werken zodanig beperkt in omvang dat ze niet in het reguliere archeologische traject vallen. In die gevallen kan het archeologisch onderzoek uitgevoerd worden volgens de procedure van de wetenschappelijke vraag stelling. Een bureauonderzoek in functie van een wetenschappelijke vraagstelling mag door eender wie uitgevoerd worden. Echter, voor een proefsleuvenonderzoek of een opgraving moet bij deze procedure wel de gelijk een erkende archeoloog ingeschakeld worden. Ook bij deze procedure kan men in bepaalde gevallen een premie bekomen.
Wat met al die vondsten?
Als een proefsleuvenonderzoek of een opgraving uitgevoerd is, brengt dat meestal een berg vondsten aan het licht, zoals aardewerk scherven, metaalvondsten, leer, hout, dierlijke of menselijke resten etc. Deze vondsten vormen samen een archeologisch ensemble. De eigenaar van de grond waarop het onderzoek is uitgevoerd, is ook de eigenaar van het ensemble. De eigenaar kan en mag de vondsten zelf bewaren, maar moet dan ook aan enkele verplichtingen voldoen. Zo moeten de vondsten samen blijven, moeten ze in goede condities bewaard worden en moeten ze ook altijd geraadpleegd kunnen worden indien nodig. Om die reden doen de meeste bouwheren afstand van de vondsten en worden deze bewaard in een archeologisch depot. Een mooie vondst kan echter ook een aanleiding zijn om een kleine tentoonstelling te organiseren. De archeoloog kan ook daarbij helpen om de vondst in een historisch kader te plaatsen.
Al bij al is het opstarten van een archeologisch onderzoek niet iets om schrik van te hebben, doch men moet alert zijn. Het is belangrijk dat een onafhankelijke archeoloog het traject in goede banen leidt. De archeoloog moet kort op de bal spelen en bijsturen waar nodig. Alleen op die manier kan er efficiënt en kostenbesparend te werk gegaan worden. Vragen over archeologie? Neem contact op met Kirsten Van Campenhout, erkend archeologe.
BV De Bloempothoeve - Archeoservice
Bloempotstraat 23 A
9170 Meerdonk
+32 497 81 21 61
