Geen plantagebossen, wel bosreservaten a.u.b.

16 jul 2025
Vlaanderen, België
Rosalie Tukker
Geen plantagebossen, wel bosreservaten a.u.b.

Auteur: Andries Saerens, in eer en geweten en in eigen naam geschreven. Met dank aan Jan Seynaeve en Bart Muys voor de inhoudelijke input.

 

Als het kriebelt, moet je krabben zegt men soms. En dus schreef ik nog eens een tekst. Deze keer enkele reflecties over landgebruik, toegespitst op bossen. Of hoe een gelijk of toenemend areaal aan beschermde bossen (Natura2000, bosreservaten, …) moeilijk te combineren lijkt met een beleid dat focust op multifunctioneel bosbeheer. Veel leesplezier!

 

Enkele reflecties over landgebruik, toegespitst op bossen. Of hoe een gelijk of toenemend areaal aan beschermde bossen (Natura2000, bosreservaten, …) moeilijk te combineren lijkt met een beleid dat focust op multifunctioneel bosbeheer.

 

Deel 1: THESE

Verfoeid worden ze tegenwoordig, die plantagebossen, met bomen net zoals soldaten in het gelid, levende, ademende wezens gereduceerd tot object ten voordele van louter commercieel gewin. Een ecologische aberratie bovendien, want de biodiversiteit stelt er ook niet veel voor. Maar ze produceren veel hout natuurlijk. En soms durven we wel eens vergeten dat we die gezellige maaltijd aan een houten tafel nuttigen. Zoveel beter ook dan dat die tafel in staal of beton is als het op de CO2 uitstoot van het productieproces aankomt. We zouden beter wat meer hout gebruiken! Maar toch, toch jammer van die soldaten in het gelid, niet? Niet getreurd, zou een boswachter met kennis van zaken zeggen, er zijn namelijk ook manieren om hout te produceren zonder dat we van plantagebossen moeten spreken. Ook bossen die er veel natuurlijker uitzien en extensiever beheerd worden, kunnen nog altijd mooi en veel hout voortbrengen. Goed voor de biodiversiteit én goed voor het klimaat! Win-win dus?

“Het zou gekkenwerk zijn om uitsluitend in te zetten op 1 boomsoort in een onzeker klimaat.”

Ja, soms. Als de doelstelling het produceren van volume is (en niet zozeer kwaliteit), kan er nog altijd weinig tippen aan een plantagebos. En nu wil het juist lukken dat het meest gebruikte hout niet geweldig hoog in kwaliteit hoeft te zijn. Denk aan hout voor papier, karton, constructiepanelen of balken. Echt kwaliteitshout (voor fineer, meubel, …) is slechts een fractie van de markt, en zal dit altijd blijven omwille van zijn toepassingen en prijs. Deze plantagebossen hoeven overigens ook geen pure monoculturen te zijn om interessant te zijn voor de houtindustrie. Meer zelfs, het zou gekkenwerk zijn om uitsluitend in te zetten op 1 boomsoort in een onzeker klimaat. Ook hier moet in de boomsoortenkeuze gespeeld worden met variatie, met een focus op productieve soorten die intensief beheerd te worden. Dus tenzij we met z’n allen nog meer hout willen importeren uit gebieden waarvan we veel minder weten of er goed voor de bossen gezorgd wordt, zouden we best nog eens goed nadenken voor we die verfoeide plantagebossen op de schop doen.

 

Deel 2: ANTITHESE

Bosreservaten. Al dan niet spreekwoordelijke hekjes zetten rond de natuur zodat de natuur zichzelf kan zijn. Zijn we nu echt serieus? Ja, we zijn bloedserieus. We zitten midden in een 6de massa-extinctie, veroorzaakt door de meest intelligente soort op Aarde. Zo stelt bv. een recent rapport van WWF dat globaal gezien de populaties van wilde dieren met 73% gekrompen zijn gedurende de laatste 50 jaar1. Dat is hallucinant. En het is niet de eerste keer dat dit gemeld wordt. Het is echt niet goed gesteld met de plantjes en de diertjes. Nochtans is een goede biodiversiteit een absolute voorwaarde willen we het hier nog een tijdje uithouden.

“Vandaar: bosreservaten. Méér bosreservaten.”

Absoluut noodzakelijk omwille van hun niet te vergelijken soorten rijkdom, van fauna, flora tot al de kleine organismen die aan ons oog onttrokken worden. Om nog niet te spreken over de ongelooflijke pracht en mysterie die uit kan gaan van dit soort complexe systemen. Hoe diverser een ecosysteem, hoe veerkrachtiger ook ten opzichte van klimaatverandering.

Een te eenzijdige focus op hout gedurende de laatste eeuwen heeft zeker niet bijgedragen aan het behoud van soortenrijkdom, en daarmee de veerkracht van onze bossen. De gevolgen zijn tastbaar, met de recente schorskeverplaag in homogene fijnsparbestanden als leidend voorbeeld.

 

Deel 3: SYNTHESE

Dus ja, hoe vind je een oplossing als de een zegt dat we meer hout moeten gebruiken voor het klimaat en de ander juist zegt dat we meer bosreservaten moeten hebben?

“Momenteel wordt er zowel op Vlaams als Europees niveau veelal gekeken naar een multifunctioneel bosbeheer, dat de functies van bosreservaten en plantagebossen moet integreren, onder de noemer van ‘closer-to-nature forestry’.”

Kortgezegd: biodiversiteit en houtproductie gaan dan hand in hand. In de ecologie valt dit onder de ‘land sharing/inclusive’ strategie omdat verschillende doelen op hetzelfde oppervlak gerealiseerd worden, weliswaar op een suboptimale manier. Vandaar dat men er van uitgaat dat men bij toepassing van de ‘land sharing’ strategie een groter areaal zal nodig hebben voor de realisatie van de beoogde ecosysteemdiensten. Willen we dus evenveel hout produceren in een systeem waar ook aandacht is voor biodiversiteit, dan zullen we meer bos nodig hebben.

Tegelijk vallen meer en meer gebieden onder een bepaalde beschermingsstatus, waar natuurherstel en biodiversiteit prioritair zijn. Dit laatste zou je kunnen categoriseren onder de ‘land sparing/ seggregative’ strategie, waarin er bewust gekozen wordt om op een optimale manier in een bepaald gebied ‘all-in’ te gaan op 1 doelstelling: biodiversiteit in dit geval.

“Er wordt beleid gevoerd met twee maten en twee gewichten. Momenteel gebruiken we voor biodiversiteit de ‘land sparing’ strategie en voor houtproductie de ‘land sharing’ strategie.”

En dat is waar het schoentje wringt: er wordt beleid gevoerd met twee maten en twee gewichten. Momenteel gebruiken we voor biodiversiteit de ‘land sparing’ strategie en voor houtproductie de ‘land sharing’ strategie. Dat is een spanningsveld dat niet houdbaar is wanneer we een oplossing willen vinden voor de verschillende maatschappelijke en ecologische noden die aan bos gerelateerd zijn. Dus als we kort door de bocht de ecologische theorie volgen, moet ofwel het concept van bosreservaten op de schop en gaan we voluit voor een algemene ‘land sharing’ ‘closer-to-nature’ bosbeheer methode, ofwel moeten we a rato van het areaal beschermde bossen ook plantagebossen voorzien (i.e. ‘land sparing’). Het achterwege laten van bosreservaten lijkt me in deze geen bijster goed idee, omwille van een verscheidenheid aan argumenten, waaronder bijvoorbeeld de opgebouwde biodiversiteit. Dus is het misschien niet zo dwaas om die plantagebossen toch nog eens te overwegen.

Wil dit dan zeggen dat we over ons volledige areaal een strikte opdeling moeten maken tussen enerzijds bosreservaten en anderzijds productiebossen? Neenee, ook dat weer niet. Er is nog altijd ruimte voor een intermediaire vorm van natuurgetrouw bosbeheer in al zijn gradaties, vermits bosreservaten (en idealiter dus ook productiebossen) slechts een fractie uitmaken van de totale oppervlakte bos, en dit wellicht nog wel even zo zal blijven. Ook zou een bepaalde mate van intensieve bosbouw kunnen bijdragen aan variatie (en dus diversiteit) op landschapsschaal2. Voor ik beticht word van plagiaat: elders noemt men dit het TRIAD concept, en wordt onder andere reeds toegepast in Canada en Duitsland3,4. Om het met de woorden van een van de grondleggers van dit concept Dr. Robert Seymour te zeggen: ‘There isn’t any right kind of forestry.’5

 Eigenlijk komt het er op neer dat we de contradictie tussen ‘land sharing’ en ‘land sparing’ naar een hoger niveau tillen door ‘land sharing’ als tussenvorm van de extremen in ‘land sparing’ te zien. Cruciaal in deze is dat wanneer er meer ingezet wordt op een bepaalde prioriteit, dit moet gecompenseerd worden door meer van de andere prioriteit elders. Meer bosreservaten noodzaken zo meer plantagebossen, en omgekeerd. Uiteindelijk houdt dit ook in dat er minder overblijft voor de intermediaire vorm. Deze twee landgebruiksstrategieën (land sharing/land sparing) kunnen elkaar dus wel degelijk aanvullen in plaats van uitsluiten wanneer er goed over nagedacht wordt. En is dat niet wat een mooie synthese maakt?

 

Extra lectuur


  1. WWF. Living Planet Report 2024 - A system in Peril. (2024).
  2. Uhl, B., Schall, P. & Bässler, C. Achieving structural heterogeneity and high multi-taxon biodiversity in managed forest ecosystems: a European review. Biodivers Conserv (2024) doi:10.1007/s10531-024-02878-x.
  3. Himes, A., Betts, M., Messier, C. & Seymour, R. Perspectives: Thirty years of triad forestry, a critical clarification of theory and recommendations for implementation and testing. Forest Ecology and Management 510, 120103 (2022).
  4. Larsen, J. et al. Closer-to-Nature Forest Management. From Science to Policy 12. (2022) doi:10.36333/fs12.
  5. Himes, A. 30 years of triad forestry: an interview with Dr. Robert Seymour • Forest Monitor. Forest Monitor https://www.forest-monitor.com/en/triad-forestry/ (2020).


Share this post

Landelijk Vlaanderen

Rosalie Tukker

Geen plantagebossen, wel bosreservaten a.u.b. | Landelijk Vlaanderen